5. mrt, 2018

Skipak aan en we doen verder…

Met deze bijna arctische temperaturen komt mijn skipak goed van pas!   De bakken en kapjes krabben zit er niet meer in ’s ochtends, anders ga ik stukken maken in het houtwerk.   Drinkpotten worden ’s avonds  leeggegoten en dat maakt het ’s ochtends wel een pak makkelijker.  Niettegenstaande deze temperaturen, komen de jongen toch elke dag buiten.   De eerste ronde vliegt al wat rond en de 2de ronde komt zo heel voorzichtig buiten eens piepen.   Binnenkort gaan ze samen op het hok.  Ik merk toch wel dat ze sneller naar binnen gaan, om beschutting te zoeken tegen de strakke NO-wind!    Wat zijn duiven toch taaie wezens!  Ik sta er nog altijd van versteld hoe ze zich kunnen aanpassen.  Het enige wat goed is aan dit koude weer is dat de hokken kurkdroog zijn!  Beter zo dan op mistige dagen dat het vocht met pareltjes overal aanhangt en dat de mest aan de krabbers kleeft….  De duiven zitten in alle opzichten ‘fris’ op het hok.  Ze zitten gezond in hun vederkleedje maar ruien volop!   Wat kan een melker toch blij zijn, bij het zien van een verentapijtje in de gang van het hok!  Dat kan je aan geen mens uitleggen.  De duiventhee doet blijkbaar goed zijn werk.  Toch vraag ik me af of de mindere pluimpjes net nu, de duiven genoeg kunnen warm houden.

Een duivenmelker is toch wel echt nauw verbonden met het klimaat.  ’s Ochtends op het werk hoor ik dan: ‘ik zag deze ochtend op het temperatuur schermpje van de auto, dat het toch wel -5 graden was!’ Dan denk ik, ja, dat heb ik wel gevoeld toen ik op de hokjes bezig was. 

De piepertjes die net zijn afgezet hebben ook geen klagen: houtkrulletjes liggen weelderig op de vloer in de hoeken en de allerkleinsten verdringen mekaar om toch maar een plekje in de zon te kunnen bemachtigen.  Ze weten best wel waar het goed is!

In tegenstelling tot vorig seizoen zijn er een 50-tal jonge duiven minder op het hok.  Wat een verademing! Niet enkel voor mezelf, maar ik zie dat de duiven er ook baat bij hebben.  Alle compartimenten van het 13 meter lange hok zijn in gebruik, maar er zitten een pak minder jongen op.  De duiven hebben keuze in overvloed en kunnen naar eigen goeddunken hun ‘stekje’ kiezen op het hok.  Ik geloof ook dat overbevolking een grote boosdoener is, zeker bij jonge duiven.  De duiven zitten ondertussen op ruimengeling.  Het moment van overschakelen had ik toch iets minder bruusk moeten doen: de laatste zak kweekmengeling was leeg en dan heb ik toch wat onbezonnen een zak ruimengeling in het vat gedaan.  ’s Avonds hebben ze de ruimengeling gekregen en ’s ochtends lagen er verschillen bakjes vol met overgegeven  graan!  Ik dacht al het ergste, maar tegen de avond waren ze al aangepast aan hun nieuwe voeder.  Dus, in het vervolg toch een paar dagen wat mengen en zo stilaan overschakelen.

De jaarse duivinnen zijn, op een paar dagen na, elke dag buiten geweest.   

  

We melken rustig verder!

 

Esther

 

www.esthervereecke.be

e mail: esthers-blog@hotmail.com